“Niks is zo oncomfortabel als het regenwoud” | Corcovado NP, Costa Rica

Ik zweet mij de pleuris. Druppels vocht druipen over mijn voorhoofd en mijn hele lichaam is klam. De banden van mijn backpack snijden in mijn heupen terwijl ik mijzelf stap voor stap naar boven sleep. Ik hou mij vast aan een uit de klauwen gegroeide liaan om niet uit te glijden over de vochtige bladeren. “Ik ben niet gemaakt voor het regenwoud, ik ben niet gemaakt voor het regenwoud, ik ben niet gemaakt voor het regenwoud,” galmt als een mantra in mijn hoofd.

Het regenwoud vanuit een Nederlands perspectief

Terug in Nederland lijkt op reis zijn altijd mooier dan thuis zijn. In mijn kamertje van drie bij vier, met uitzicht op de Utrechtse huizen is ontsnappen altijd beter dan blijven. Ik kan er gewoon niks beters van maken. Met nog een paar maanden in zicht tot ik voor onbepaalde tijd op wereldreis ga (ja echt!), zoemt de ene bestemming na de andere op in mijn hoofd. Ik heb een zwak voor het regenwoud. Omringd worden door door elkaar gegroeide bomen en planten. De altijd maar doorgaande krekelgeluiden. Misschien wel een poema in de nacht… Opgeslokt worden natuur. Letterlijk.

Maar stiekem weet ik, dat het regenwoud geen plek is voor mij. Ik ben er nu een paar keer geweest en elke keer word ik weer op de feiten gedrukt: er is niks zo oncomfortabel als het regenwoud.

Regenwouden in Costa Rica: Corcovado NP

Afgelopen zomer was ik in prachtig Costa Rica, befaamd om zijn uitgestrekte regenwouden, vol van biodiversiteit. Het Corcovado National Park is één van de mooiste regenwouden en daarnaast ook één van de meest onontdekte in een vrij toeristisch Costa Rica. Het was niet al te makkelijk om er te komen. Eerst ga je met een bus naar afgelegen Golfito en vervolgens steek je het water over met een boot naar Puerto Jiminez. Aangekomen in Puerto Jiminez bleek het tegen de 100 dollar te kosten om een tour te doen door het Corcovado NP, dat ik besloot om naar het ‘secundaire forest’ te trekken: het regenwoud dat om het nationaal park ligt. Regenwoud is regenwoud, toch? En gratis er doorheen wandelen, voelt altijd beter dan tientallen euro’s te moeten neerleggen. Natuur is toch ook niet gecreëerd om voor betaalt te worden? Natuur zou toch juist datgene moeten zijn wat eindelijk eens gratis is, in een door economie overheersende wereld? Maar dat terzijde.

Zelfstandig lopen door het secundaire forest van het Corcovado Nationaal Park heeft mij geleerd dat die enkele – in mijn ogen idyllische – culturen die een leven in het regenwoud hebben opgebouwd, niks anders dan discomfort kennen. Toch blijf ik er in trappen: Floortje Dessing die een vrouw gaat opzoeken die met haar baby in het regenwoud van Ecuador woont. Of een andere film over indianenstammen (sorry ik ben de naam vergeten), waar de mensen zelf hutten in de toppen van de bomen maken en jagen op apen om te overleven. Het klinkt zo leuk. Eerlijk waar. In mijn ogen klinkt het heerlijk om zo’n soort bestaan te leiden. Hoe vet is het wel niet als je alle kleine gaatjes van het regenwoud kent en weet hoe je er moet overleven?

Drup, drup, drup – het regenwoud op mijn lichaam

Als vol-Hollands meisje is het regenwoud echter een plek die al lang, lang geleden uit mijn bloed is gefilterd. En dat is te merken als ik er doorheen loop. Twee tellen in het regenwoud en mijn lichaam is bedekt met vocht. Niet alsof ik nou keihard gesport heb: nee, gewoon van het staan. Het regenwoud omringd je en slokt je op.

Omdat ik had besloten dat ik geen dure tour in het Corcovado Nationaal Park wilde doen, had ik een hostel midden in het secundaire forest gevonden om te overnachten. Een goedkoop bed, midden in de jungle. Perfect! Maar – dan moest er wel nog eerst naar toe gelopen worden. Dat was van te voren niet helemaal duidelijk. In Puerto Jiminez pakte ik een bus naar het kleine Dos Brazos, wat al midden in het regenwoud ligt. Vanaf hier kon ik lopen naar het Bolita Hostel, midden in het regenwoud in Costa Rica.

Huilend naar  boven

Met mijn backpack op mijn rug ga ik ervoor. Hoewel het maar veertig minuten lopen is, is het zwáár. Zo zwaar dat ik op de helft van de tocht gewoon in huilen uit barst. Het is warm. Overal zitten insecten. Ik zweet zodat alles glibbert. Ik moet mijn schoenen uittrekken omdat ik door een rivier moet waden. Ik moet vervolgens tussen de natte bladeren mijn schoenen weer zien aan te trekken. Mijn backpack doet pijn. Ik krijg last van een oude rugblessure. Ik word duizelig van de hitte die mij overwelmt. Het klinkt overdreven, maar het is echt.

Hoewel mijn reisgenootje vrolijk naar boven huppelt en nergens last van heeft. Weet ik niet hoe ik mij psychisch nog naar boven ga slepen.

Midden in het regenwoud – doei comfort

Veertig minuten later bereik ik uitgeput en al de top waarop het hostel gebouwd is. Vraag mij niet hoe. Ik plof mijn backpack op de grond en zoek een zitplek. Een houten bankje zonder rugleuning is alles wat ik krijg. Het hostel is minimaal. Het is gebouwd midden in het regenwoud, met een houten tafel en een houten bankje. De bedden zijn gebouwd in een houten constructie met open ramen. Je slaapt hier echt midden in het regenwoud. Er is geen binnen. Je kan niet ontsnappen aan de insecten, de vocht en de hitte.

Als ik eenmaal geland ben in het hostel kan ik eindelijk de pracht van het regenwoud zien. Het hostel heeft een uitgestrekt uitzichtpunt over de regenwouden van Costa Rica. ‘s Avonds gaat de zon onder en kleurt de hemel paarsblauw. Langzaam verdwijnt de zon achter de dichtbegroeide bomen en valt de nacht.

Als de nacht valt, worden de slangen wakker

Geen lampen hier. Niks. Totale donker, wat je haast verstikt. Met een kaarsje klets ik ‘s avonds nog wat met een avontuurlijke man van eind vijftig die in zijn eentje door Costa Rica trekt. Als we kletsen over wat we zo geweldig vinden aan reizen springt er opeens iets op mijn blote been. Ik gil van schrik: slangen en giftige spinnen en kikkers zijn in dit regenwoud namelijk geen uitzondering. Mijn buurman schijnt met een kaars op mijn been: gelukkig het is een onschuldige kikker. Geen giftige.

‘s Avonds laat als ik onder mijn dekentje kruip hoor ik de hele nacht de insecten tjirpen. Het regenwoud gaat nooit slapen. Al doezelend val ik langzaam weg, met mijn eigen live Youtube regenwoud soundsystem.

Natuurlijk moet ik ‘s nachts, zoals altijd, plassen. Ik trek mijzelf uit bed en pak mijn zaklamp om te kijken of het pad waar ik loop vrij is van slangen. Mijn reisgenoot ligt ook al wakker om te plassen. Hoewel ze ‘s ochtends nog zo vrolijk naar boven huppelde, moet ze nu in de donkere nacht niks meer weten van het regenwoud. Bang als ze is voor alle insecten en slangen, sluipt ze achter mij aan.

Ik voel mij echter nu helemaal in mijn element. De nacht zorgt ervoor dat het wat is afgekoeld, waardoor ik mij niet meer in een constante staat van oververhitte sauna bevindt. De geluiden fascineren mij juist en ik kijk omhoog naar de sterren terwijl ik op haar wacht. Het in slaap vallen met de geluiden van de nacht hebben mij juist rustig gemaakt en halen alle discomfort van die middag weg.

Regenwoud: ja of nee?

Stiekem is het hier hartstikke mooi. Stiekem zou ik willen dat ik meer ervaring had. Dat ik een betere conditie had. Dat ik zou weten hoe ik hier zou moeten overleven. Nu kan ik het regenwoud enkel aanschouwen, genieten van het prachtige onbekende. Maar er in leven? Nee. Dat is gevorderd terrein voor mij.

Dus – zal ik op mijn wereldreis bestemmingen vol met regenwouden uitkiezen? Om te zien hoe oncomfortabel ik mij dan voel? Wat vinden jullie van het regenwoud? Vind je het er fijn en rustgevend? Of moeilijk en oncomfortabel? Laat het mij weten in de reacties!

Meer lezen? Lees hier alles over Costa Rica

Of lees dit eens:

De vloek van reizen: “Dromen kan, dromen is goed, maar nu leef je hier.”

 

 

Social Check-in!
FACEBOOK
FACEBOOK
INSTAGRAM
YOUTUBE
YOUTUBE

Geef een reactie