Dromen komen uit!

Vandaag had ik mijn nichtje aan de telefoon. “Hoe is dat nou, dat reizen?” Ja, hoe is dat nou. Dat reizen. En o ja: “Waar ben je eigenlijk?! Ik weet niet eens in welk land je zit!”

Ik ben in Guatemala! Sinds een paar weken. Na drie maanden Mexico, ben ik met de bus de grens over gestoken en heb ik mijzelf in een nieuwe wereld gedompeld. En van de week realiseerde ik het mij. Voor het eerst sinds jaren, ooit en eeuwen … ben ik niet jaloers op iemand anders zijn leven.

Oké, iets meer geld is altijd fijn. Mama hier om de hoek en mijn vrienden in de bar. En de Albert Heijn in de straat met warme broodjes. Dat zou fijn zijn. Een mens mag altijd blijven dromen, toch?

Maar behalve deze bijdroompjes ben ik echt ontzettend blij met mijn leven. Hoe het gaat. Wat ik doe. Voor het eerst sinds tijden droom ik niet weg achter mijn laptop. “Was ik maar daar.” Terwijl ik tussen de studieboeken door reisverhalen bekijk en lees en er alleen maar door mijn hoofd spookt: “Deed ik dát maar.”

Want ik doe het nu!

Eindelijk op wereldreis

Jarenlang droomde ik ervan om voor langere tijd op reis te gaan en toen het eenmaal zo ver was moest ik eventjes wennen. Op reis zijn betekende een compleet andere mindset hebben dan thuis. Elke dag nieuwe indrukken, in plaats van één keer in de week misschien een nieuwe bar ontdekken. Als ik al niet voor de 100e keer naar dezelfde ging.

Maar ook vooral: niet werken. Geen studie hebben. Dáár moest ik echt van afkicken. Het ‘niet meer druk hebben’. Dagenlang te vullen hebben met… Ja, wat eigenlijk?

Maar nu een aantal maanden verder, zeven alweer (whut?!), ben ik compleet aan het ritme van de dag gewend. Heerlijk vroeg naar bed en uren slapen. Gewoon omdat het kan. Of op een doordeweekse avond naar een leuke bar en de hele avond dansen. Gewoon omdat het kan.

Een week door de bergen wandelen, of een week op het strand liggen. Gewoon omdat het kan. Elke dag nieuwe, interessante mensen ontmoeten. Niet alleen de mensen van de landen die ik bezoek, maar ook de reizigers die van over de hele wereld komen en gaan en vol zitten met verhalen.

Elke dag is een feestje. Toen het mijn verjaardag was werd ik wakker en dacht ik: “Wat zal ik vandaag eens gaan doen?” Toen ik mij realiseerde dat dit ik gewoon precies wilde doen wat ik al de hele week deed. Naar het strand gaan, snorkelen, lekker eten, in de hangmat liggen. Elke dag voelde al als een feestje.

Maar behalve dat het allemaal alleen maar lange leve de lol en de vrijheid is, ben ik ook zo gelukkig dat ik werk heb. Ha! En dat komt uit mijn mond.

Een financiële tegenvaller

Vlak voor vertrek had ik een online baan, waar ik teksten schreef. Positief als ik was had ik gevraagd of ik dit op reis ook kon blijven doen, om zo alles te kunnen bekostigen. “Ja hoor, natuurlijk! Waarom niet! Je werkt toch vanuit je laptop.” En dat dacht ik dus ook. Mooi!

Totdat een paar maanden voor vertrek ik opeens het donkere nieuws kreeg: “We kunnen het toch niet toestaan dat je gaat werken in het buitenland. Want dan wil niemand meer naar kantoor komen.” Een omschakeling in het bedrijf zorgde ervoor dat iedereen die online werkte wekelijks naar kantoor moest komen. En ja, vanuit de andere kant van de wereld gaat dat natuurlijk toch net wat minder makkelijk. Een paar maanden voor vertrek kreeg ik dus het slechte nieuws dat ik geen inkomen meer had op wereldreis.

Ik was compleet van slag en raakte lichtelijk in paniek. “Hoe ga ik mijn reis nou financieren?!” Ik droomde hier al jaren van! En nu had ik misschien niet genoeg geld gespaard om mijn droom waar te maken.

Verslagen ging ik een week later naar mijn vrijwilligerswerk toe. Eén keer in de maand gaf ik training bij Stichting Muses aan toekomstige vrijwilligers. Mensen, net als ik, vol met dromen vlak voor vertrek. Die naar een compleet andere cultuur gaan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Ik gaf al twee jaar deze trainingen, en ondanks dat ik voor mijn reis aan het sparen was, deed ik het zonder enige twijfel onbetaald. Maar toen ik net het slechte nieuws had gehoord van mijn baan, stond ik toch met een klein beetje dubbele gevoelens bij die training. Misschien moest ik deze dagen toch maar gaan gebruiken om wel geld te verdienen?

Het Muses wonder!

Terwijl Romy, de oprichtster van Muses, in de keuken soep stond te koken vertelde ik haar over mijn reis. “Oooh! Ik ben zo blij voor je. Wat geweldig dat je dat gaat doen! Maar ik ga je wel echt missen hier in de trainingen hoor!”

“Ik ook,” zei ik eerlijk. Hoewel weinig dingen mij op dat moment in Nederland konden houden, was Muses iets anders. Ik was altijd dolgelukkig om training te kunnen geven en al die enthousiaste koppies voor mijn neus te zien, zo vlak voor hun grote reis.

“Weet je,” zei Romy, “eigenlijk moeten we gewoon een manier vinden dat je nog steeds bij Muses betrokken kan blijven op reis!”

“JA!” riep ik volmondig uit. Ik sta helemaal achter de organisatie en zou het superleuk vinden om de connectie te houden.

“Kan je geen onderzoek voor ons gaan doen of zo?” vroeg Romy.

En zo begon het. Waar een droom was van op reis gaan, maar een tegenvaller van mijn baan, kwam er ineens een enorme opening. Eentje waarvan ik wist dat ik hem met twee handen en al mijn tenen moest aangrijpen. Onderzoek doen terwijl ik op wereldreis ben. Mijn droom kwam uit.

Ondertussen ben ik zeven maanden reizend verder en heb ik in Maleisië, Indonesië, Vietnam en Guatemala onderzoek gedaan. In Mexico heb ik vakantie gevierd. Dat moet ook gebeuren hè.

Vrijwilligers zijn goud waard

Ik werk gemiddeld zo’n 50 uur per maand, waarvoor ik een vergoeding krijg vanuit de stichting. Dit is niet helemaal genoeg om van te reizen, maar ik kom er bijna van rond. Ik leef dan ook op een enorm budget, maar daardoor hoef ik maar een klein beetje van mijn spaargeld maandelijks in te leggen. Hoewel ik ook al mijn geld met gemak in één maand kan uitgeven en als een koningin over de wereld kan reizen, voel ik mij juist rijk dat ik met minder geld heel veel kan doen.

Maar behalve deze enorme financiële meevaller, is het werk ook echt ontzettend leuk. Ik spreek met de meest interessante mensen. Mensen die hun eigen leven hebben omgegooid om vrijwilligerswerk te gaan doen. Mensen die over continenten zijn gevlogen om iets voor een ander te doen. Mensen die in armoede zijn opgeroeid zijn en niet kiezen voor een commerciële baan, maar om iets voor hun eigen community te doen.

Iedereen heeft zijn eigen motivatie en iedereen heeft zijn eigen verhaal. Maar één ding is wat hun bindt: ze hebben allemaal een mooie wereld in hun hoofd en doen er alles aan om een ander te helpen.

Vrijwilligers zijn bijzondere mensen. Mensen die hun tijd, geld en energie steken om iets voor een ander te doen. En ja, ze krijgen er zelf enorm veel voor terug. Misschien wel meer dan dat ze geven.

Achttien jarige meiden die met wijsheid iets over de problematiek in, maar ook de krachtige kanten van Guatemala kunnen zeggen. In plaats van dat ze zuipend in te korte broekjes door de straten walsen en thuis komen om mee te delen dat “het echt een geweldig land is,” zonder ook maar een woord gewisseld te hebben met de lokale bevolking.

Vrijwilligerswerk doet iets met een mens. Je ontwikkelt je, je groeit en je verbindt je met je medemens. Het maakt iemand humaner. Liefdevoller. Dankbaarder.

En ik mag deze mensen spreken. Elke maand weer. In een nieuw land. In een nieuwe cultuur. Op een nieuwe plek.

Ik had mij geen betere baan kunnen voorstellen en moet nog even drie keer knipperen om te realiseren dat dit nu is wat ik doe. Ik ben op reis. Ik ontdek de wereld. Ik volg mijn droom. Maar ik draag ook iets bij aan een prachtige NGO in Nederland en leer zelf meer over schrijven, filmen, fotograferen, onderzoek doen en interviewen. En over de mensen om mij heen.

Dus ja: “Hoe is dat nou, dat reizen?”

Ik geniet. Ik geniet echt. En zou mijn leven op dit moment voor geen goud willen inruilen! Behalve voor een bruin broodje met kaas dan. Misschien.

Social Check-in!
FACEBOOK
FACEBOOK
INSTAGRAM

Geef een reactie